Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English
Plaatje: Farao verbeeld als Angelsaksische vorst met bejaarde adviseurs in de Oudengelse Hexateuch ©The British Library

Middeleeuwen geen ‘gouden tijd’ voor Engelse ouderen

Een gouden tijd voor bejaarden omdat ze zoveel respect kregen. Zo typeerden Britse wetenschappers de middeleeuwen in Engeland. Promovendus Thijs Porck concludeert iets anders: ouderen moesten het respect wel eerst verdienen.

Meer bronnen beschikbaar

Britse wetenschappers waren tot nu toe opvallend positief over de positie van ouderen in het vroegmiddeleeuwse Engeland. De Engelsen zagen ouderdom destijds als de meest begerenswaardige levensfase, concludeerde John Burrow en Sally Crawford noemde het zelfs ‘een gouden tijd voor ouderen’. Want ouderen hadden veel aanzien en werden als wijs beschouwd. De Leidse cultuurhistoricus Porck kon meer bronnen uit de periode 700-1100 onderzoeken, omdat inmiddels meer Oudengelse en Latijnse teksten digitaal beschikbaar zijn. Hij komt tot een andere conclusie: ouderen moesten het respect wel eerst verdienen. Bovendien werden er hoge eisen aan hen gesteld.

Ouderdom als voorproefje van de hel

Er zijn inderdaad middeleeuwse auteurs die ouderen voorstellen als wijs en spiritueel superieur, aldus Porck. Maar hij vond ook de nodige bronnen waarin ouderdom als een voorproefje van de hel wordt beschreven. Veel teksten zijn doordrenkt van afkeer van de aftakeling. Ouderen worden ook lang niet altijd voorgesteld als wijzen: bejaarden die zich dubieus of goddeloos gedroegen, kregen het predikaat ‘kind van honderd jaar’. 

Hoge leeftijd mogelijk

Wanneer gold men in de middeleeuwen als ‘oud’? Porck: ‘Dat was vanaf een jaar of 50. Het is overigens een misverstand dat mensen in die tijd niet oud konden worden. Velen stierven wel vroegtijdig door ziekte of geweld, maar men kon tot in de tachtig of zelfs in de negentig jaar worden.’

Oud, wijs en bedroefd

Porck kon mede een completer beeld schetsen vanwege zijn multidisciplinaire aanpak. Naast het bestuderen van teksten en afbeeldingen onderzocht hij ook een groot aantal Oudengelse woorden voor ouderdom. Hij concludeert: het Oudengels telt een aantal positieve woorden voor ouderdom, zoals frōd ‘oud en wijs’, maar evenveel woorden met een meer negatieve bijklank, zoals forwerod ‘oud en vervallen’ en gēomorfrōd ‘oud, wijs en bedroefd’.

Hoge eisen

In tegenstelling tot de Britse onderzoekers maakt Porck onderscheid tussen verschillende groepen, zoals heiligen, krijgers en koningen. Hieruit blijkt dat voor al deze groepen de lat hoog bleef liggen. Ondanks hun fysieke ongemakken werden bejaarde heiligen geacht te volharden in hun ascetische levenswijze, moesten oudere krijgers vechten in de voorste gelederen en koningen op leeftijd dienden nog altijd actief de leiding te nemen.

Vrouwen

Oudere vrouwen komen nauwelijks aan bod in de hagiografische en heroïsche literatuur van vroegmiddeleeuws Engeland. In meer sociaal-historische bronnen, zoals kronieken, brieven en testamenten, identificeerde Porck iets meer dan 30 vrouwen. De meeste van deze vrouwen wisten zich  nuttig te maken voor hun gemeenschap, bijvoorbeeld als abdissen (oversten van een klooster), grootmoeders of droomuitleggers.

Niet naar de marge van de samenleving

Porck concludeert: ‘Zolang ze hun waarde konden bewijzen, hoefden oude vrouwen en mannen zich geen zorgen te maken dat ze naar de marge van de samenleving werden geschoven. De vroege middeleeuwen waren beslist geen gouden tijd voor ouden van dagen, maar hoefden ook geen zwarte periode te zijn.’ 

(LvP)