Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

De boekentip van ... Aniek Smit

Iedere maand vertelt één van de medewerkers van het Instituut over een boek dat hij/zij onlangs heeft gelezen en hem/haar heeft geïnspireerd: van roman tot biografie. Op het eind van het stuk wordt het stokje doorgegeven aan een andere collega. Dit keer vertelt Aniek Smit over een boek dat zij onlangs las.

Exile van Jakob Ejersbo

‘The day pupils know nothing about life. Home every afternoon to have their bottoms wiped by Mummy and Daddy. Most of the boarders are white – children of diplomats or people who work for aid organizations, or families who run farms or tourist businesses in Tanzania. And then there are the black boarders – sons and daughters of corrupt businessmen or politicians. […] The first lesson starts. Another day of our lives is about to be wasted.’

Om bij het thema van de vorige boekbespreking door Manon van der Heijden te blijven, gaat ook dit boek over onwillige leerlingen. Op basis van zijn ervaringen als kind van Deense ontwikkelingswerkers in Tanzania in de jaren tachtig schreef Jakob Ejersbo (1968-2008) een roman over de leerlingen van de Moshi International School. Dit type institutie neemt ook in mijn promotieonderzoek over de expatgemeenschappen van Den Haag en Jakarta een belangrijke plaats in.  Exile maakt deel uit van Ejerbo’s voorgenomen Afrika trilogie, waarvan het laatste deel door zijn vroegtijdige overlijden aan kanker nooit is verschenen.

Expatkinderen

Ejersbo beschrijft de losbandige levensstijl van de vijftienjarige Samantha en haar klasgenoten, en de problematische verhouding die zij met hun ouders hebben. Samantha woont sinds haar derde levensjaar in Afrika en spreekt Swahili. Haar vader is een voormalig SAS-officier die zich door corrupte Afrikaanse regimes laat inhuren; haar moeder is alcoholverslaafd ( gin and tonics – die gezien het bestandsdeel kinine ook tegen de malaria beschermen) en vertrekt, na de zoveelste affaire van haar echtgenoot met een lokale vrouw, naar Engeland. De enige die zich in het losgezongen expatwereldje staande weet te houden is Samantha’s oudere zus Alison, die strategisch trouwt met een Nederlandse KLM-medewerker om – ook na het failliet van vader – haar extravagante levensstijl in stand te kunnen houden.

Thuisgevoel

Samantha komt geregeld in de problemen met de schoolleiding door het breken van rook-, drank-, en drugsverboden. Zij is daarbij geheel overgeleverd aan de gratie van haar wispelturige vader die het hoge schoolgeld op moet brengen en van wiens verblijfsstatus zij afhankelijk is. Samantha en haar moeder zijn, zoals zij zegt, slechts  passengers. De worsteling van expatkinderen met hun identiteit is binnen de psychologie uitgebreid beschreven onder de noemer  third culture kids (tck’s). Recentelijk is binnen deze literatuur ook aandacht voor de parallellen met kinderen uit andere migrantengroepen, zoals vluchtelingen. De keuze voor de titel  Exile en de binding die hoofdpersoon Samantha voelt met haar kamergenootje Adella – die het bewind van Idi Amin in Uganda is ontvlucht – onderstrepen dit idee. Wanneer Samantha op verschillende momenten in het boek naar huis (Engeland) dreigt te worden gestuurd, vraagt ze zich af wat home voor haar betekent. Tevens heeft ze het over  the negro in me.

Neokolonialisme

Een andere onvermijdelijke parallel is die tussen de levensstijl van expats en hun Duitse en Britse koloniale voorgangers in Tanzania. De hiërarchie binnen de leerlingenpopulatie van de internationale school is sterk gebaseerd op ras en klasse. De contacten tussen de expatkinderen en de lokale bevolking blijven beperkt tot een incidenteel liefdadigheidsproject en hun eigen personeel. Samantha profiteert er daarbij regelmatig van dat zij de taal machtig is. Wanneer ze op het punt staat door een docent betrapt te worden tijdens een van haar nachtelijke escapades bij de jongensvleugel van de kostschool, weet ze de hulp van een bewaker in te schakelen wiens zaklamp ineens hapert. Wanneer de situatie echter uit de hand dreigt te lopen, blijkt zijn loyaliteit beperkt en constateert Samantha dat hij uiteraard niet voor haar paar sigaretten per dag zijn baan kan riskeren. Oprechte vriendschappelijke contacten worden in het boek zowel door de expats als de Tanzanianen al gauw als een gevaarlijk  going native afgedaan.

Expat-mania

Op de achterflap wordt het boek aangeprezen met een quote uit de  Daily Mail, die schreef dat het aanbod aan Scandinavische fictie met Ejersbo’s bijdrage niet langer tot thrillers beperkt blijft. Literair is het boek echter ook niet erg sterk, en spannend wordt het eigenlijk nergens. De aaneenschakeling van onverstandige keuzes door puber Samantha en de onwaarschijnlijke bezigheden – van spionage tot drugshandel – van de volwassenen om haar heen, maken het boek vooral geschikt voor een middag aan het zwembad. Dat dit soort expat-boeken voor uitgevers toch een verkoopsucces zijn, komt doordat de tijdelijkheid van het bestaan van de personages een vrijbrief voor losbandig gedrag is. Van het boek  Expats van Max de Bruijn over Nederlanders in Jakarta zijn al verschillende herdrukken verschenen, recent publiceerde Patricia Snel de ‘literaire thriller’  De Expat over Nederlanders in Singapore, en ook internationaal doet de spionageroman  Expats van Chris Pavone het goed. Al met al bieden deze boeken vooral een karikaturaal – maar niettemin vermakelijk – beeld van het expatbestaan.

Not real life

Zoals literatuurhistorica Jacqueline Bel al eens constateerde in een vergelijking tussen de Indische roman en De Bruijns  Expats getuigt de expatliteratuur niet uitsluitend van een sterk Oriëntalisme. De expat (let. buiten het vaderland) voorziet ons ook van een tegenhanger voor onze eigen nationale identiteit. De ‘onhollandse dosis zinnelijkheid’ die door Nederlanders in de Oost werd ervaren, zien we ook op de feestjes van expats in de hotels van Dar Es Salaam terug. Een vraag die rest, is hoe nu om te gaan met dit neokoloniale stereotype van de expat? Wat zouden wij als lezers doen geconfronteerd met een enorme statusstijging en omringd door armoede? Zoals Samantha aan het einde van het boek opmerkt:  ‘It’s not real life - it’s going nowhere.’

Jakob Ejersbo,  Exile, Maclehose Press, 2009 (vertaald uit het Deens naar het Engels door Mette Petersen)

Ik geef de pen door aan José Carlos Aguiar.