Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Middeleeuwse college-aantekeningen gevonden

In de Leidse universiteitsbibliotheek is een kladbriefje gevonden waarop een student uit de dertiende eeuw aantekeningen maakte tijdens een hoorcollege. Het kladbriefje betreft een reepje van 100 mm breed en 50 mm hoog. Dat studenten dit soort snippers bij hun studie gebruikten was bekend uit middeleeuwse bronnen, maar omdat ze gewoonlijk werden weggegooid zijn er maar heel weinig bewaard gebleven. Het is voor het eerst dat er eentje in Nederland is gevonden.

Studeren volgens de Disciplina Scholarum

Rond 1230 kwam er aan de universiteit van Parijs een werk tot stand waarin werd uitgelegd hoe je diende te studeren ( De disciplina scholarum). In die tekst is te lezen hoe de student strookjes perkament ( schedulae) diende mee te nemen naar zijn colleges, zodat hij aantekeningen kon maken. Recent onderzoek van de Leidse boekhistoricus Erik Kwakkel heeft laten zien dat studenten voor hun notities vaak afvalperkament gebruikten. Na thuiskomst werkten ze de aantekeningen uit op eigenlijke vellen perkament of schreven ze die bij in de marge van hun studieboeken. De goedkope kladbriefjes werden daarna weggegooid. Heel soms bewaarde de student het oorspronkelijke notitievelletje evenwel in zijn studieboek, door het om een blad heen te vouwen. Zo liftte het dan mee door de tijd.

 

Notitievelletje uit de 13e eeuw

 

Download: Kladbriefje (Leiden UB BPL 191 D, binnenzijde boekband)

Het Leidse kladbriefje

Dat er in de Leidse Universiteitsbibliotheek zo’n verstekeling is aangetroffen is heel bijzonder. Niet alleen is het voor het eerst dat er in een Nederlandse collectie een velletje met middeleeuwse college-aantekeningen is geïdentificeerd, ook buiten de landsgrenzen zijn er slechts weinig bekend. Het Leidse exemplaar laat goed zien dat zo’n kladvelletje restmateriaal is dat vrijkwam bij de productie van perkament. Het reepje is ongewoon bruin van kleur, en doet dik en hard aan. Bovendien is het niet rechthoekig van vorm, maar weerspiegelt ze met haar grillige vorm de uiterste rand van de huid, dat bij perkamentproductie werd weggesneden vanwege haar slechte eigenschappen. Het notitieblaadje in Leiden zit tegenwoordig tegen de binnenzijde van een boekband geplakt. Vermoedelijk werd dit in de negentiende eeuw gedaan bij het herbinden van het manuscript (signatuur BPL 191 D).

Relatie tussen zonde en vrije wil in steno

Het kleine velletje is bijzonder omdat het een ooggetuige is van de middeleeuwse onderwijspraktijk aan de vroege universiteit. Het biedt bijvoorbeeld inzicht in de wijze waarop er aantekeningen werden gemaakt. Net zoals nu moest dat onder hoge tijdsdruk gebeuren, terwijl de docent aan het woord was. Dit wordt duidelijk uit het ‘snelle’ type schrift waarin de student zijn aantekeningen opschreef (cursief schrift), maar ook uit de vele afkortingen die hij daarbij gebruikte. De student lijkt college te hebben gevolgd aan de theologische faculteit. De Latijnse aantekeningen gaan over de relatie tussen zonde en vrije wil, waarbij naar Anselmus van Canterbury verwezen wordt, een elfde-eeuwse geleerde die daar veel over heeft geschreven. Ook aan de orde komt het scheiden van iets dat een eenheid vormt. Lastige onderwerpen zoals deze waren bijzonder populair binnen het universitaire onderwijs van de dertiende eeuw, waar debat centraal stond.

Onderzoek naar restperkament

Erik Kwakkel ontdekte het notitievelletje bij toeval toen hij een college voorbereidde. Omdat hij een studie had geschreven over restperkament, herkende hij haar vreemde vorm en fysieke kenmerken in de blaadjes. Ook herkende hij het typische handschrift van een student. Al snel werd duidelijk dat dit een blaadje betrof waarnaar verwezen wordt in het didactische handboek van rond 1230. Het bestaan van het blaadje is bekend gemaakt tijdens de Vriendendag van de Universiteitsbibliotheek op 12 mei jongstleden. Het zal door de restaurator van de Leidse Universiteitsbibliotheek van de band worden verwijderd zodat ook de achterzijde kan worden bestudeerd.

Erik Kwakkel is als Universitair Docent verbonden aan het Leidse Universitair Instituut voor Culturele Disciplines, alwaar hij een team van vier onderzoekers leidt dat zich bezighoudt met twaalfde-eeuwse manuscripten. Hij is lid van De Jonge Akademie (KNAW).