Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Negen lezingen rond de evolutietheorie

‘De evolutietheorie is gewoon keiharde logica’, zegt Bas Haring. ‘Het is een redenering op basis van drie observaties: organismen zijn allemaal een beetje verschillend, eigenschappen zijn erfelijk, het leven is een tranendal.’ Woensdag 4 februari start Studium Generale een lezingencyclus naar aanleiding van het Darwinjaar.

REvolutionair

Dit jaar is het 200 jaar geleden dat Charles Darwin werd geboren en 150 jaar geleden kwam zijn boek On the origin of species uit. Geen ander wetenschappelijk werk heeft ooit een vergelijkbare omwenteling van ons wereld- en zelfbeeld veroorzaakt. Daarom organiseert in dit Darwinjaar het Studium Generale in samenwerking met Museum Boerhaave de lezingenserie: REvolutionair. Bas Haring bijt het spits af met een inleiding over de evolutietheorie.

Mechanisme

De evolutie is een eenvoudig, kristalhelder en boeiend mechanisme, vindt Haring. Hij legt in zijn inleiding dit mechanisme uit aan de hand van de zeven misverstanden rond de evolutietheorie die hij 3 januari in zijn column in de Volkskrant behandelde. ‘Het primaire domein van de theorie is de biologie’, zegt hij. ‘Er zijn wel allerlei uitwaaieringen naar andere domeinen, zoals de psychologie, de economie en de taalkunde. Zelf gebruik ik het mechanisme van de evolutie om problemen op te lossen, bijvoorbeeld roosterproblemen. Het is erg moeilijk om de allerbeste roostering te vinden. Met op evolutie geïnspireerde algoritmen vind je binnen afzienbare tijd goede roosters.

Stelling

De evolutietheorie heeft volgens Haring niets speculatiefs: ‘Zo van: ‘het zou ook wel eens niet waar kunnen zijn’. In die zin is het een uitzonderlijke theorie. In de natuurwetenschap is er geen theorie haast zo onbetwijfelbaar waar als de evolutietheorie. De algemene relativiteitstheorie is er ook zo een. Maar als je het een andere naam zou geven, zou dat de weerstand bij sommige mensen niet verminderen, omdat het nu eenmaal raakt aan het diepste wezen van ons bestaan. Noem je het ‘de stelling van Darwin’ dan zeggen de mensen nog steeds ‘het is maar een stelling’.’

Woensdag 11 februari: Evolutietheorie. Een inleiding

Spreker: Bas Haring, bijzonder hoogleraar ‘publiek begrip van wetenschap’, Universiteit Leiden.

Woensdag 18 februari: Evolutie in actie. De evolutie om je heen

Spreker: Menno Schilthuizen, ‘permanent research scientist’, Museum Naturalis, bijzonder hoogleraar insectenbiodiversiteit, Rijksuniversiteit Groningen.
Op de korte tijdschaal van ons leven lijkt de natuur haast onveranderlijk. Toch vindt evolutie niet alleen plaats op tijdschalen van miljoenen jaren, maar ook binnen een of enkele mensenlevens. We kunnen evolutie dus om ons heen zien gebeuren, als we er oog voor hebben. Over zulke ‘tastbare’ evolutie gaat de lezing van Schilthuizen. Hij laat een reeks voorbeelden de revue van evolutie in actie passeren, uiteenlopend van razendsnel veranderende virussen tot het ontstaan van nieuwe soorten in door de mens gecreëerde landbouwsituaties.

Woensdag 25 februari: Evolutie en ethiek. Over de biologie van de moraal

Spreker: Herman Philipse, universiteitshoogleraar, Universiteit Utrecht.
Vanaf het moment dat Charles Darwin in 1859 zijn boek On the Origin of Species publiceerde, is er nagedacht over de vraag in hoeverre de evolutietheorie een nieuw licht werpt op de menselijke moraal. Hoe kunnen wij vanuit het perspectief van de evolutieleer het ontstaan van normen verklaren? En hoe valt moraal na Darwin te rechtvaardigen? In dit college wordt de relatie tussen ethiek en evolutie vanuit diverse invalshoeken belicht.

Woensdag 4 maart: Mensen apen vogels na. Over de evolutie van het denken

Spreker: Johan Bolhuis, hoogleraar gedragsbiologie, Universiteit Utrecht.
Charles Darwins evolutietheorie vormt het fundament van de moderne levenswetenschappen. Pogingen om deze theorie toe te passen op cognitie zijn minder succesvol gebleken. Darwin zelf dacht dat er geen fundamentele verschillen waren in het denken van mensen en ‘hogere zoogdieren’. Deze visie op cognitieve evolutie werkt nog vaak door in het moderne gedragsonderzoek en leidt er soms toe dat aan onze nauwste verwanten, de apen, menselijke eigenschappen worden toegedicht. Het wordt echter steeds duidelijker dat gemeenschappelijke afstamming niet automatisch betekent dat apen het meest denken zoals wij denken. Kraaien kunnen bijvoorbeeld veel beter overweg met werktuigen dan apen, terwijl andere soorten vogels zich zelfs lijken te kunnen verplaatsen in de gedachten van andere individuen. Wij onderscheiden ons van andere dieren doordat wij taal hebben. Ook in dit geval blijkt dat vogels veel meer op ons lijken dan apen.

Woensdag 11 maart: Zijn vuistbijlen sexy? De archeologie van de menselijke geest

Spreker: Raymond Corbey, hoogleraar archeologie aan de Universiteit Leiden en filosofie aan de Universiteit van Tilburg.
Gedurende 1,5 miljoen jaar hebben onze mensachtige voorouders, van Homo erectus tot Neanderthalers, miljarden vuistbijlen gemaakt. Daarmee is de vuistbijl het langst durende en misschien talrijkste artefact uit de menselijke cultuurgeschiedenis. De paar miljoen vuistbijlen die van die vele miljarden teruggevonden zijn lijken een prachtige database te vormen voor een reconstructie van de cognitieve ontwikkeling ‘van aap tot mens’: een archeologie van de menselijke geest. Wat is de vuistbijl? En wat kan deze bijdragen aan ons inzicht in onze cognitieve evolutie?

Woensdag 18 maart: Gelaatsuitdrukkingen bij apen en mensen

Spreker: Jan van Hooff, emeritus hoogleraar ethologie en socio-oecologie, Universiteit Utrecht.
Lachen apen? En zo ja, wat drukt het dan uit? Dat dieren emoties uitdrukken vermoedden we sinds Darwin in 1872 The expression of the emotions in man and animals publiceerde. Dit boek was de stimulus voor de studies van de spreker, waarin hij het uitdrukkingsgedrag van allerlei soorten vergeleek en kon vaststellen dat er inderdaad evolutionaire lijnen te trekken zijn. Dit onthulde onder andere de geheel verschillende herkomst van ons lachen en glimlachen en liet zien dat wij niet de enigen zijn die huilen.

Woensdag 25 maart: Evolutie en klimaatverandering. Aanpassingen aan een warmer klimaat

Spreker: Jacques van Alphen, hoogleraar gedragsbiologie, Universiteit Leiden.
De voorspellingen van klimaatmodellen geven aan dat de gemiddelde temperatuur deze eeuw met minimaal 3°C zal stijgen. De directe gevolgen voor koudbloedige dieren en planten kunnen dramatisch zijn. Veel soorten kunnen zich niet snel genoeg verplaatsen en zijn tot uitsterven gedoemd, tenzij ze zich aan kunnen passen aan het nieuwe klimaat. Van Alphen gaat in dit college in op de vraag of en hoe natuurlijke selectie door een warmer klimaat tot aanpassingen kan leiden. Als voorbeeld worden in deze lezing insecten gebruikt. Van Alphen laat zien dat die zich wel kunnen aanpassen aan een warmer klimaat, maar dat die aanpassingen ten koste zullen gaan van levensduur en vruchtbaarheid en grote veranderingen zullen veroorzaken in de relaties tussen soorten in een levensgemeenschap.

Dinsdag 31 maart: De vinger Gods in Museum Boerhaave. Natuurlijke historie vóór Darwin

Spreker: Tim Huisman, conservator, Museum Boerhaave.
Ook vóór Darwin werd er nagedacht over de natuur. Vanaf de 16e eeuw zagen geleerden die als de tweede openbaring van God naast de Bijbel. Aan de Leidse universiteit was het theatrum anatomicum en zijn rariteitenverzameling een treffende uiting van dit denken. In zijn lezing zal Tim Huisman de geschiedenis van het anatomisch theater verknopen met de 17e eeuwse visie op de natuur. Daarna is er gelegenheid om kennis te maken met Boerhaaves nieuwe multimediatour: een predarwiniaanse wandeling door de museumzalen met een minicomputer als gids. De audiocommentaren zijn ingesproken door de bioloog Midas Dekkers en de natuurkundige Cees Dekker.

Dinsdag 7 april: De persoon Charles Darwin. Zijn achtergrond, zijn leven en de inspiraties voor zijn wetenschappelijke ideeën

Spreker: Rinny Kooi, universitair docent evolutiebiologie, Universiteit Leiden.
In deze lezing staat de persoon Charles Darwin centraal en niet primair de theorie waaraan hij zijn bekendheid dankt. Over hem is veel bekend. Hij heeft zelf veel geschreven in dagboeken, brieven en uiteraard in zijn wetenschappelijke publicaties. Daarnaast is er ook veel over hem gepubliceerd. Op grond van die gegevens kan een beeld worden gevormd van zijn persoon, zijn achtergrond, hoe hij leefde en hoe hij op zijn wetenschappelijke ideeën kwam. Zijn ‘revolutionaire’ ideeën riepen veel reacties op die tot op heden een basis zijn voor wetenschappelijk onderzoek en discussies.

(3 februari 2009/SH)