Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Kees van Gageldonk

Buitenpromovendus


Naam Drs. C.J.G. van Gageldonk
Telefoon +31 71 527 2790
E-mail c.j.g.van.gageldonk@hum.leidenuniv.nl

Werktitel proefschrift: 'Lectoraten en de ontwikkeling van het binaire systeem in het hoger onderwijs in Nederland'. Participeert als duale promovendus in het programma van Leiden University Dual PhD Centre The Hague.

Meer informatie Kees van Gageldonk

Het hoger beroepsonderwijs in Nederland is sinds 1971 drastisch van aanzien veranderd, van een verzameling van ruim 450 veelal kleine instellingen tot een groep van minder dan 40 hogescholen, waarvan sommigen meer dan 25.000 studenten hebben. Deze hogescholen vormen samen met de universiteiten het hoger onderwijs in Nederland. De tweedeling in universiteiten en hogescholen wordt het binaire systeem in het hoger onderwijs genoemd.

Mijn promotieonderzoek richt zich op een historische analyse van de ontwikkeling van het binaire systeem van hoger onderwijs vanuit het perspectief van het hoger beroepsonderwijs sinds 1971. Daarbij ligt de nadruk op twee thema’s: (1) de ontwikkeling van het denken in Nederland over het binaire systeem in relatie tot wat er op dat terrein in het buitenland gebeurde en (2) de ontwikkeling van het onderzoek aan hogescholen. De schaalvergroting kreeg in de jaren 90 van de twintigste eeuw voor een groot deel zijn beslag terwijl er tegelijkertijd bezuinigingen werden doorgevoerd, die leidden tot een lagere bekostiging per student en tot een onderwijsextensivering. Er kwam meer nadruk op zelfwerkzaamheid van studenten, waarbij de rol van de docent veranderde. De vorming van hogescholen leidde er toe dat de hogescholen in een aantal opzichten meer gingen lijken op universiteiten, maar op het gebied van onderzoek werd de afstand juist groter. Wat er aan onderzoek was op hogescholen bestond voornamelijk uit contractonderzoek, terwijl aan universiteiten steeds mee onderzoek werd gedaan dat aan internationale maatstaven werd beoordeeld. Ook de kwalificaties van de docenten liepen steeds meer uit elkaar. Het werd vrijwel onmogelijk om nog tot universitair docent te worden benoemd zonder te zijn gepromoveerd, terwijl bij hogescholen het percentage gepromoveerde docenten minder dan 5% was. Beide thema’s komen samen aan het eind van deze periode, vanaf 1999, toen het concept van de lector ontstond. De onderzoeksvraag is: onder welke omstandigheden en met welke doelstellingen is het concept van de lector ontstaan en wie speelden daarin een belangrijke rol? En, hoe verliep het proces van invoering en wie speelden daarin een belangrijke rol?

Achtergrond

Vanaf 1 november 2010 ben ik twee dagen in de week werkzaam als secretaris van de Stichting Kennisontwikkeling Hbo (SKO) die van 2001 tot 2009 de invoering van lectoraten heeft gedaan. Daarvoor was ik werkzaam bij de HBO-raad en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Ik ben in 1971 aan de Universiteit Leiden afgestudeerd als historicus.

Geen relevante nevenwerkzaamheden