Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Adriaan in 't Groen

Fellow


Naam Dr. A.J.J. in 't Groen MPA
Telefoon +31 70 800 9589
E-mail a.j.j.in.t.groen@fgga.leidenuniv.nl

Adriaan in 't Groen is momenteel verbonden aan de Faculteit Governance and Global Affairs als gastmedewerker. Hij doet beleidshistorisch onderzoek voor het domein onderwijs en wetenschappen. Van medio 2008 tot 1 mei 2016 was Adriaan in ’t Groen de oprichtend directeur van het Centrum Regionale Kennisontwikkeling / Leiden University Dual PhD Centre The Hague.

Meer informatie Adriaan in 't Groen

Adriaan in 't Groen is met pensioen. Hij blijft als fellow betrokken bij de universiteit met een focus op beleidshistorisch onderzoek voor het domein ‘onderwijs en wetenschap’. Als ontvanger van de Haagse pluim (samen met anderen) en de Leidse gouden speld van de beide stadsbesturen, wil hij zich blijvend inzetten voor het publieke domein. 

Van medio 2008 tot 1 mei 2016 was Adriaan de eerste directeur van het Centrum Regionale Kennisontwikkeling / Leiden University Dual PhD Centre The Hague (CRK), waarvan de Kamer van Koophandel, VNO/NCW, publieke instellingen en regionale kennisinstellingen partners zijn. Daar leidde hij het duaal dissertatieprogramma dat samen met deze partners, de hoogleraren en graduate schools van de Universiteit Leiden wordt vormgegeven.

Adriaan in ‘t Groen verdedigde op 29 juni 2009 bij de Universiteit Leiden zijn proefschrift 'De Wende en Humboldts erfenis: de utopie voorbij' (in het Duits, geactualiseerde versie: 'Jenseits der Utopie'). Daarin doet hij verslag van zijn onderzoek in Berlijn naar de gevolgen van een extreme staatkundige verandering in de vorm van de Duitse vereniging voor het onderwijs en onderzoek van professoren van de Humboldt-Universität zu Berlin. Het Bildungsbegrip is één van de centrale thema's van zijn proefschrift: "Bildung durch Wissenschaft" (Wilhelm von Humboldt, 1767-1835). Deze kerngedachte is voor hem ook het fundament van het duale PhD centre. Na zijn proefschrift concentreert zijn onderzoek zich op dat Bildungsbegrip. Dat deed hij in combinatie met zijn directeurschap: de duale setting van het centrum. Ook zijn proefschrift kwam in de combinatie beroepspraktijk-wetenschap tot stand. Hij werkte aan zijn poefschrift naast zijn functie als directeur Universitaire Ontwikkeling bij het Bestuursbureau van de Universiteit Leiden. Zijn persoonlijke ervaringen met de combinatie werk-promoveren heeft hij verwerkt in het duaal dissertatieprogramma. Hij heeft als directeur Universitaire Ontwikkeling aan de wieg gestaan van o.a. de oprichting van de Campus Den Haag (waarvoor hij samen met anderen de Haagse pluim heeft ontvangen), Academie der Kunsten, Pre-University College, LAPP-Top (programma voor talentvolle VWO-ers), Leiden Visitor Centre en de Stichting Stadspartners Leiden. Daarvan was hij de eerste voorzitter van het bestuur. Daarvoor heeft hij de Leidse gouden spelt ontvangen. 

Adriaan in ’t Groen heeft een beroepspraktijk met veel disciplines. Zijn eerste opleiding is HTS-bouwkunde. Hij sloot deze (zonder diploma) af met het ontwerp van enkele huizen die in zijn geboorteplaats Dongen zijn gebouwd. Hij besteedde het praktijkjaar van de HTS aan de studentenbeweging HTS-Unie en aan de landelijke krant de HTS-er. Als stafmedewerker bij de toenmalige Bond van Docenten Tertiair Onderwijs was hij in 1976 betrokken bij de oprichting van de HBO-Raad. Daarvan werd hij het eerste hoofd van de Voorlichtingsdienst. In die periode kreeg hij ook de verantwoordelijkheid voor het Centrum Bedrijfsleven Onderwijs (CBO). Dat centrum was vanuit de beroepspraktijk ontstaan. Het was opgericht door bedrijven en de toenmalige hogere technische scholen. Voor het eerst werden toen op grote schaal praktijkdagen georganiseerd waar docenten op bezoek gingen bij bedrijven. Daarna werd hij in 1985 hoofd van de Voorlichtingsdienst van het toenmalige Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen en woordvoerder van Minister drs. W.J. Deetman. Met zijn vertrek ging hij als directeur Institutionele Ontwikkeling werken aan het profiel van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Daarvoor gebruikte hij ongewone middelen. Een daarvan is het gevelproject. Met behulp van beeldende kunst is de interactie tussen Amsterdam en de stadsuniversiteit UvA verbeterd. Dat deed hij samen met o.a. Wim Beeren, voormalig directeur van het Stedelijk Museum. De visie en het werk van kunstenaars als Karel Appel, Lawrence Weiner en Jozeph Kosuth werden daarbij ingezet. Een tweede voorbeeld van deze aanpak is de inzet van het Werktheater om de bestuurs- en communicatiecultuur van de Universiteit van Amsterdam te kunnen diagnosticeren. Hij was de oprichtend voorzitter van de interuniversitaire commissie Universitaire Collecties en Cultuurschatten en lid van de door de staatssecretaris van OCenW ingestelde commissie Om het Academisch Erfgoed, o.l.v. prof.dr. D. de Wied. In deze Amsterdamse periode behaalde hij bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur NSOB en de decanen prof.dr. R.J. in ’t Veld en prof.dr. U. Rosenthal zijn Master of Public Administration (MPA). Zijn buitenlandverblijf bij deze opleiding besteedde hij aan een verkenning van de transformatieprocessen die door het opengaan van IJzeren Gordijn bij enkele universiteiten in Berlijn, Boedapest en Praag ontstonden. Dat leidde in 1997 tot de publicatie Na de val van de Muur; Transformatieprocessen bij Midden-Europese universiteiten. Daarmee werd de basis gelegd voor de latere dissertatie over de gevolgen van de Duitse vereniging voor de beroepspraktijk van de professoren van de Humboldt-Universität zu Berlin. Samen met enkele andere masterstudenten wijdde hij zijn afstudeerproject aan intergemeentelijke samenwerkingsrelaties in Walcheren. Daaruit ontstond de publicatie De weg naar Walcheren. In 2007 was hij voorzitter van een redactie die een bundel opstellen publiceerde over dilemma’s in onderzoek en samenleving: Knowledge in Ferment. Hij was van van 2009 tot 2016 lid van de interuniversitaire ministeriele wetenschappelijke begeleidingscommissie onderzoek '200 Jaar studiebeurzen 1815-2015: Kansen in het Koninkrijk'. Bij zijn pensionering in 2016 werd het Leids-Haags Allegorienlexicon uitgegeven, een door duale promovendi en promotores geschreven bundel met vijftig wetenschappelijke artikelen over kernbegrippen van hun onderzoek. Het is aan hem opgedragen.

Contact

Geen relevante nevenwerkzaamheden