Logo Universiteit Leiden.

nl en
(c) - Marc de Haan

Muzikale meesterwerken

Een greep uit de muziekgeschiedenis

Wat betreft het uitvoeren van ‘klassieke’ muziek bevinden we ons tegenwoordig in een situatie die uniek is in de geschiedenis: nog nooit eerder werden composities uit een zo lange tijdspanne ten gehore gebracht tijdens concerten en op opnames. De muziekgeschiedenis kent haar eigen canon, een lange lijst composities die van wezenlijk belang worden geacht. Het is dan ook niet ongebruikelijk om de muziekgeschiedenis op te vatten als een compositiegeschiedenis, en daarin tendensen, samenhang en beïnvloeding aan te wijzen. In werkelijkheid omvat de geschiedenis van de muziek natuurlijk veel meer: alle aspecten van het muziek maken zijn hier van belang, niet alleen de schriftelijke neerslag in noten. In dit college worden niet de grote verbanden van de compositiegeschiedenis geschetst, maar wordt juist ingezoomd op een aantal concrete ‘meesterwerken’ uit verschillende stijlperiodes. Tijdens ieder college staat weer een ander stuk centraal, en wordt een beeld geschetst van de muzikale context van deze compositie, inclusief (wat bekend is over) de manier van uitvoeren die gangbaar was toen de muziek werd geschreven.

L. van Beethoven: manuscript van de Mondschein-sonate op. 27 nr. 2 (fragment) (Bron: Wikimedia commons)

Het eerste college is inleidend: we buigen ons over de vraag wat de term ‘meesterwerk’ eigenlijk betekent in een tijdskunst als de muziek, waarom sommige stukken tot de canon zijn gaan behoren (en ontelbare andere zijn vergeten), en wat er zoal komt kijken bij het uitvoeren van een partituur die in een meer of minder ver verleden werd geschreven. In dat verband zullen ook enkele moderne composities die teruggrijpen op oude stukken worden besproken. In de zes daaropvolgende colleges wordt telkens een andere compositie in detail besproken en als uitgangspunt genomen voor verdere verkenningen; onder voorbehoud zal het gaan om werken van Josquin Desprez, Jan Pieterszn. Sweelinck, Claudio Monteverdi, Ludwig van Beethoven, Frédéric Chopin en Claude Debussy.

Docent

Foto: Hans Schellevis

e pianist, organist, kerkmusicus en muziektheoreticus Bert Mooiman studeerde aan het Koninklijk Conservatorium (Den Haag). Hij behaalde de diploma’s Uitvoerend Musicus piano (bij Theo Bruins) en orgel (bij Wim van Beek, improvisatie bij Bert Matter) cum laude, en ontving de Fock-medaille voor zijn bijzondere artistieke prestaties. De hoofdvakstudie Theorie der Muziek sloot hij af in 2003 met het artikel “Olivier Messiaen en de Franse harmonie” dat werd bekroond met de Martin J. Lürsenprijs. Sinds 2000 is hij als docent muziektheorie, improvisatie en piano verbonden aan het Koninklijk Conservatorium. Hij was gastdocent in o.m. Amsterdam, Londen, Boekarest en Montreal. Momenteel werkt hij aan een wetenschappelijk onderzoek naar improvisatie in de 19e-eeuwse muziek. Bert Mooiman is vaste organist van de Nieuwe Badkapel te Scheveningen.

Praktische informatie

8 vrijdagen
27 sept, 11, 18 okt,
1, 8, 15, 22, 29 nov
11.15-13.00 uur
Leiden

Hoorcollege met vragen en discussie; muziekvoorbeelden worden waar mogelijk live gespeeld op piano door de docent.
De laatste bijeenkomst bestaat uit een lecture-recital door de docent in cultuurhuis de Paulus aan de Warmonderweg.

Thuis ca. 2 uur studeren per college.
Kennis van notenschrift en elementaire theoretische begrippen als intervalnamen en toonsoorten wordt aangeraden.

Syllabus met relevante partituren.
Korte literatuurlijst.
PDF’s van de powerpoints.

Colleges € 275,-
Voor studenten en medewerkers van de Universiteit Leiden € 137,50
Met HOVO-pas € 30,-
Syllabus op papier € 30,-

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie