Cicero’s consulaire erfenis – welsprekendheid in woelige tijden (62 tot 55 v.Chr.)
- Type gastles
- Op school/op de universiteit
- Taal
- Nederlands
- Doelgroep
-
Bovenbouw voortgezet onderwijs
- Faculteit
- Geesteswetenschappen
- Schoolvak
- Klassieke talen
- Docent
- Christoph Pieper (Universitair docent)
Cicero had anders gehoopt: hij wilde na zijn consulaat van het aanzien voor zijn ambtsvoering genieten en een gerespecteerde ‘senior statesman’ zijn. Maar het kwam anders. Meteen nadat hij de Catilinarische samenzwering had ontmaskerd, verschenen nieuwe tegenstanders ten tonele die hem het leven zuur maakten: met name de volkstribunen Metellus Celer en Clodius Pulcher verzetten zich tegen het beeld van de redder van het vaderland dat Cicero van zichzelf graag schetste. Cicero probeerde hun aanvallen op zin persoon (en die van andere politieke tegenstanders) door een herhaaldelijke zelfpresentatie te counteren. Deze lezing zal de teksten van het eindexamen van dit jaar (Pro Archia, In Catilinam, In Pisonem en De oratore) vanuit dit politiek perspectief benaderen en hen als onderdeel van Cicero’s self-fashioning voorstellen.
