Universiteit Leiden

nl en

Lecture

De taligheid van vogels - Lezing door Carel ten Cate

Date
14 October 2018
Time
Address
Paradiso
Weteringschans 6-8
Amsterdam
Room
Grote Zaal

De taligheid van vogels

Prof. dr. Carel ten Cate gaat spreken over communicatie bij dieren, de taligheid van vogels, en grammatica.

Charles Darwin schreef in 1871 dat vogelgeluiden in verschillende opzichten meer op taal lijken dan geluiden van andere dieren. Hoewel we sindsdien veel meer te weten zijn gekomen over taal, vogelzang en andere dierengeluiden gaat die uitspraak nog steeds op. Maar tot hoever sterkt die overeenkomst zich uit? Wat voor informatie zit er in vogelzang? En hoe verhoudt de structuur van zang zich tot de grammatica van taal? Bij de mens is gesproken taal gebaseerd op het vermogen om spraakklanken en woorden te onderscheiden, ook al hebben de sprekers heel verschillende stemmen. Kunnen vogels dat ook? En hoe zit het met vermogen dat heel jonge baby’s hebben om uit reeksen klanken een grammaticale regel af te leiden. Is dat uniek voor de mens?

Onze gesproken taal wijkt sterk af van de geluiden die onze nauwste verwanten, de mensapen, maken. Hoe dat taalvermogen in de loop van de evolutie is ontstaan is daarmee een van de meest intrigerende en nog onbeantwoorde wetenschappelijke vragen. Sommige onderzoekers, zoals de vooraanstaande taalkundige Chomsky, denken dat de cruciale componenten van taal pas relatief recent, zo’n 100.000 jaar geleden, door vrij plotselinge mutaties zijn ontstaan. Anderen zien een scenario waarin de evolutie van die cruciale taalcomponenten met geleidelijke stappen is gegaan. Taal is in deze visie ontstaan uit, en gebaseerd op, cognitieve vermogens die niet specifiek voor taal zijn en ook niet specifiek voor de mens.

Een manier om in dit, soms verhitte, debat over de oorsprong van taal verder te komen is door te kijken welke cognitieve eigenschappen die voor het produceren en begrijpen van taal nodig zijn ook bij andere diersoorten voor komen. Bezit de mens unieke vermogens die niet herleid kunnen worden tot voorlopers bij andere diersoorten? Of is het verschil meer kwantitatief, of gelegen in een specifieke combinatie van vermogens die ieder afzonderlijk bij andere soorten zijn terug te vinden? Dit is de achtergrond van gedragsbiologisch onderzoek naar de cognitieve ‘talige’ vermogens van andere soorten. Een belangrijke lijn hierbij is onderzoek naar de ontwikkeling, structuur en betekenis van de eigen geluiden van die soorten en wat de parallellen met taal zijn. Een andere belangrijke lijn is het experimenteel testen van dieren op de aanwezigheid van voor taal relevant cognitieve vermogens, bijvoorbeeld hun vermogen om (spraak)klanken te onderscheiden en te categoriseren of het vermogen om simpele grammaticale structuren te herkennen. Om verschillende redenen zijn vogels een interessante diergroep om dergelijke vermogens aan te onderzoeken. In deze lezing passeren een aantal van dergelijke onderzoeken de revue. Daarbij wordt ingegaan op de inzichten die dat heeft opgeleverd over de cognitieve vermogens van vogels en wat dat betekent voor theorieën over taalevolutie.

Meer informatie

This website uses cookies. More information