Logo Universiteit Leiden.

nl en

EvoScope - Paardenbloemen

Zijn de zaden van paardenbloemen in de stad aangepast aan de “versteende” omgeving? Help onderzoekers van Naturalis om antwoord te vinden op deze vraag door middel van een experiment.

Experiment

  • Duur van het proefje: 30 minuten tot 3 uur
  • Wanneer: april/mei en augustus/september
  • Wat heb je nodig: bakjes of zakjes, watervaste stift, tape, pincet, liniaal, stopwatch
  • Manier van invoeren: formulier

Pluizenbollen

Paardenbloemen vind je overal in Nederland. Deze soort bloeit vooral in april/mei. Dan kleuren paardenbloemen hele weilanden en bermen geel. Paardenbloemen behoren tot de composietenfamilie. Dit betekent dat iedere gele ‘bloem’ eigenlijk samengesteld is uit een heleboel kleinere bloemen die samen een bloeiwijze vormen. Ieder apart bevrucht bloempje resulteert uiteindelijk in een zaadje. Deze zaadjes hebben een soort parachuutjes waarmee ze door de wind meegevoerd kunnen worden. Samen vormen de zaadjes de welbekende pluizenbollen.

Er zijn nog een heleboel andere gele composieten die wel wat op paardenbloemen lijken. Toch is de paardenbloem relatief makkelijk te herkennen. De paardenbloem heeft een gladde, holle, onvertakte bloemsteel zonder bladeren of schubben. De bladeren groeien in een rozet op de grond, zijn kaal of iets wollig behaard en zijn diep ingesneden. Als je de bloemsteel van de paardenbloem doorbreekt komt er een wit, melkachtig sap uit.

Paardenbloemen kunnen zich op verschillende manieren aanpassen aan het leven in de versteende stad. Zo zouden ze ervoor kunnen zorgen dat hun zaadjes heel goed kunnen vliegen, zodat de kans groter is dat de zaadjes in een ver gelegen park, grasveld of weiland terecht komen. Of zorgen ze er juist voor dat de zaadjes helemaal niet ver kunnen vliegen, zodat ze in de buurt van de ouderplant op de grond vallen?

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie