Universiteit Leiden

nl en

De reis van onze taal in de prehistorie

Al eeuwen vragen wetenschappers zich af hoe talen zich ontwikkelen en hoe talen zich over de wereld verspreiden. Hoe kan het dat volkeren die duizenden kilometers van elkaar vandaan woonden varianten van een Indo-Europese taal spraken die sterk aan elkaar verwant blijken? De sleutel tot de oplossing van dit raadsel is gevonden dankzij een internationale en interdisciplinaire samenwerking tussen genetici, archeologen en Leidse taalwetenschappers, onder leiding van Guus Kroonen. De kroon op het werk tot nu toe is een artikel in het toonaangevende Science Magazine dat op 9 mei verscheen.

Archeologisch DNA

Het is sinds een aantal jaren mogelijk DNA uit prehistorische skeletten te verkrijgen. Verschillende labs in de wereld hebben hoeveelheden van dit archeologisch DNA tot hun beschikking. Door analyse van dit materiaal zijn genetici tot de conclusie gekomen dat groepen uit het gebied boven de Zwarte en Kaspische Zee in het derde millennium voor Christus naar Europa zijn getrokken.  Ze namen niet alleen hun wagens, paarden en nomadische levenswijze mee, maar ook de woorden hiervoor. De reis van de Indo-Europese oertaal kan hiermee in kaart worden gebracht.

Taalmigratie

De samenwerking tussen de vakgebieden genetica, archeologie en taalwetenschap ontrafelt vele mysteries. Guus Kroonen, universitair docent Taalwetenschap aan de Universiteit Leiden, publiceerde met een aantal andere internationale auteurs een artikel hierover in het vooraanstaande Science Journal. Kroonen coördineerde de taalwetenschappelijke kant van het onderzoek en is enthousiast over de resultaten. ‘Intensieve internationale samenwerking, een aantal unieke DNA-stalen uit het Anatolië van de Bronstijd, archeologische vondsten en stevige academische debatten hebben geleid tot vele inzichten over taalontwikkeling, prehistorie en DNA-verwantschap. De verspreiding van taal gaat niet noodzakelijkerwijs samen met de verspreiding van voorwerpen of genen, maar nu kunnen we steeds beter onderzoeken in welke gevallen dat al dan niet zo is. In Anatolië bleek de komst van het Indo-Europees niet zichtbaar in de archeologie of genetica van dit gebied. Aan de andere kant vonden we wel genetische ondersteuning voor het idee dat de Indo-Europese talen van Zuid-Azië via de Oeral zijn gemigreerd. Je ziet bijvoorbeeld dat Indische en Iraanse talen hetzelfde woord voor strijdwagen hebben. En als archeologen in de Zuid-Oeral van 2000 voor Christus strijdwagens ontdekken èn het DNA van de daar gevonden skeletten uit die tijd later opduikt in India, dan stapelen de bewijzen van migratie, verwantschap en het domesticeren van paarden zich op.’

Genetici, archeologen en Leidse taalwetenschappers lossen eeuwenoude raadsels op.

Een nieuw wetenschapsgebied

‘Door het wegvallen van schotten tussen disciplines en door interfacultaire samenwerking ontstaat een geheel nieuw wetenschapsveld. Genetici met een interesse in taalwetenschap leveren een belangrijke bijdrage aan taal- en archeologisch onderzoek en vice versa. Het is mooi om te zien hoe vragen uit de Geesteswetenschappen onderzoekers van andere disciplines inspireren. Het komende decennium zal dankzij dit en aanvullend onderzoek antwoorden geven op nog veel meer vragen over het ontstaan en de ontwikkeling van Indo-Europese talen en taalwetenschap in het algemeen. We staan nog maar aan het begin!’ aldus Kroonen.

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.